Het is de laatste dag van de Week of Integrity 2026: Leading with Integrity in a Digital Age. In de afgelopen dagen hebben onze collega’s verschillende blogs gepresenteerd over AI en digitale ontwikkelingen in ons werkveld, van onderzoek tot vertrouwenspersonen en van politiek tot screeningsprocessen. Daarin hebben zij aandachtspunten benoemd die er zijn aan de toepassing van AI in ons werkveld, mede ingegeven door de zorgvuldigheid die wij betrachten in ons werk. Maar misschien ook vanuit de onzekerheid over toekomstige toepassingen van AI in ons werkveld. De menselijke angst voor een toekomst waarin technologie de overhand neemt over haar makers wordt al jarenlang vertolkt, zoals in cultklassiekers als 2001: A Space Odyssey (1968), The Matrix (1999) en Ex Machina (2014). Net als deze klassiekers confronteert de opkomst van AI ons met de grens tussen hulpmiddel en overname. De dreiging dat kunstmatige intelligentie ons de pet te boven zal gaan werd recent weer concreet gemaakt in waarschuwingen vanuit vooraanstaande AI-bedrijven naar aanleiding van een incident rondom een losgebroken AI-programma van OpenAi.[1] In de blogs van de afgelopen week met het thema ‘Leiden met Integriteit in het digitale tijdperk’ klinken de (legitieme) waarschuwingen voor de gevaren van kunstmatige intelligentie door.
Van de invloed van AI op meningsvorming en gevoelsontwikkeling, de grenzen aan AI als vervanger voor de vleselijke vertrouwenspersoon, het problematisch gebruik van AI als basis voor besluiten en AI Fails waarbij AI fouten maakt bij het vertalen van prompts naar beeld: het zijn thema’s die raken aan de fundamentele vraag welke grenzen bewaakt moeten worden bij de inzet van kunstmatige intelligentie. Die vraag zegt misschien minder over de technologie zelf dan over de menselijke ervaring. De discussie over A.I. dwingt ons na te denken over filosofische aspecten van de mens als authenticiteit, verantwoordelijkheid en autonomie. Wanneer en onder welke voorwaarden kunnen of mogen we het inzetten? Hoe maken we daarin een juiste afweging? En wie draagt de verantwoordelijkheid?
We zouden dit kunnen leggen langs de meetlat van de bekende stelling van de Duitse filosoof Immanuel Kant dat mensen nooit louter als middel, maar altijd ook als doel op zichzelf moeten worden behandeld. Volgens Kant zijn wij moreel verplicht anderen te benaderen vanuit respect en erkenning van hun intrinsieke waardigheid. Ofwel: reduceer de medemens niet tot instrumenten voor de doeleinden van anderen, maar blijf haar zien en behandelen als autonoom persoon. Waar volgens Kant aan de mens de dubbele status van middel en doel moet worden toegedicht, kan worden beargumenteerd dat AI enkel de status van middel kent. Zodoende zouden wij AI – in tegenstelling tot de mens – wel louter als instrument mogen gebruiken. Bij de inzet van AI moeten we er dan echter alsnog voor waken dat mensen niet louter als middel worden gebruikt en het dus niet wordt ingezet op een wijze die strijdig is met de intrinsieke waarden van de mens. Denk aan zaken als: zorgvuldig omgaan met persoonsgegevens, de mens achter data of risicoprofielen blijven zien en de eindverantwoordelijkheid niet uitbesteden aan technologie. Zo lijkt de boodschap uit de recent uitgekomen sciencefictionfilm Project Hail Mary (2026) dat technologie niet enkel risico’s met zich meebrengt, maar ook een hulpmiddel kan zijn in de strijd tegen menselijke uitdagingen. Tegelijkertijd laat deze film zien dat technologie ten goede en ten slechte van de menselijke waardigheid kan worden ingezet. Kortom: technologie ontleent de (morele) betekenis aan de wijze waarop het door ons wordt ingezet.
Het is daarbij van belang AI als hulpmiddel of ondersteunende tool te blijven zien en de regie en verantwoordelijkheid te houden over de randvoorwaarden waaronder technologie wordt ingezet, met oog voor de menselijke waardigheid. Waar aan deze randvoorwaarden kan worden voldaan, liggen de kansen. Want die zijn er – naast de aandachtpunten – volop, ook in ons werkveld en de interne inrichting van onze organisatie. Niet meer zelf op zoek gaan naar een bepaalde zin of e-mailafzender in een honderden pagina’s tellend onderzoeksdossier, maar een AI-tool die deze zoektocht kan uitvoeren. Een AI-tool die behulpzaam is bij het snel inzichtelijk krijgen van interne regels en protocollen binnen een organisatie waar wij vertrouwenspersoon zijn. Een AI-tool die, mits passende prompts worden ingevuld, kan attenderen op blinde vlekken, tegenargumenten of aannames als extra controleslag. Allemaal AI-toepassingen die van toegevoegde waarde kunnen zijn voor ons werkveld.
En hoe zit het met onze angst voor een toekomst waarin technologie de overhand neemt, zoals in de genoemde cultklassiekers? Wij zien de toekomst positief in en hebben er vertrouwen in dat AI-toepassingen en andere technologische ontwikkelingen ons gaan helpen in ons werkveld, mits aan de randvoorwaarden is voldaan. Omdat menselijke interactie en menselijke aandacht belangrijke aspecten zijn in ons werk, verwachten wij niet dat de technologie de overhand neemt. Het gaat onzes inziens wel meer dan nu het geval is een rol spelen in het ondersteunen en efficiënter maken van ons werk.
[1] https://nos.nl/artikel/2630799-ai-topmannen-waarschuwen-ai-dreigt-ons-de-baas-te-worden