Algemeen

Anna en Bram lezen de krant: Wie spreekt er eigenlijk?

Wie spreekt er eigenlijk?

‘Heb je dit gelezen?’
Anna schuift de krant over tafel. Haar koffie staat onaangeroerd naast haar telefoon.
‘Over Rob Jetten?’
‘Ja. Hij gebruikt AI om berichten voor sociale media te schrijven.’
Bram kijkt even naar de kop.
‘En?’
‘En? Vind je dat niet vreemd?’
‘Waarom? Iedereen gebruikt tegenwoordig AI. Voor een brief, een presentatie, een samenvatting. Waarom zou een politicus het niet mogen gebruiken?’
Anna pakt haar telefoon.
‘Omdat het niet om een boodschappenlijstje gaat. Het gaat om wat een politicus tegen mensen zegt. Soms zelfs over persoonlijke dingen.’
‘Maar Jetten zegt toch dat de inhoud van hemzelf komt? AI helpt alleen met de formulering.’
‘Dat zegt hij inderdaad.’
‘Nou, dan is het toch duidelijk?’
Anna kijkt hem aan.
‘Is dat zo?’
‘Wat bedoel je?’
‘Stel dat jij mij een bericht stuurt waarin staat: “Vandaag was ik bij kamp Westerbork. Het bezoek heeft me diep geraakt.” En ik lees dat als jouw woorden. Maar jij hebt die zin niet geschreven. Een AI heeft hem bedacht.’
‘Maar jij weet toch dat ik het heb gelezen en goedgekeurd?’
‘Dat maakt het al iets anders. Maar het roept wel een vraag op: wat betekent “jouw woorden” eigenlijk nog?’
Bram haalt zijn schouders op.
‘Dat vind ik nogal filosofisch.’
‘Misschien. Maar politiek draait voor een groot deel om taal. Om de woorden die iemand kiest. Om toon. Om emotie. Om de manier waarop je iets zegt.’
‘Maar politici schrijven hun eigen toespraken toch ook niet allemaal?’
‘Precies.’
‘Dus wat is het verschil?’
Anna denkt even na.
‘Een speechschrijver kan met een politicus praten. Die kan vragen: wat wil je hiermee zeggen? Wat voelde je daar? Welke woorden passen bij jou? Een AI kan ook tekst produceren zonder dat zo’n gesprek heeft plaatsgevonden.’
‘Maar als Jetten de tekst vervolgens leest en zegt: dit klopt met wat ik wil zeggen, dan is dat toch ook een menselijke controle?’
‘Zeker.’
‘Dan begrijp ik het probleem niet.’
‘Misschien is het probleem niet dat hij AI gebruikt. Misschien is het probleem dat wij als lezers niet weten wanneer we naar hem luisteren en wanneer we naar een tekst luisteren die door een machine is gemaakt.’
Bram pakt zijn koffie.
‘Maar moet er dan voortaan onder ieder bericht staan: “Deze tekst is mede mogelijk gemaakt door ChatGPT”?’
‘Misschien niet.’
‘Dat klinkt ook een beetje absurd.’
‘Dat vind ik ook.’
Ze bladeren verder door de krant.
‘Kijk,’ zegt Bram. ‘D66 waarschuwt zelf voor AI en deepfakes. Dat is toch iets heel anders?’
‘Ja en nee.’
‘Leg uit.’
‘Een deepfake kan iemand iets laten zeggen wat hij helemaal niet heeft gezegd. Dat is natuurlijk iets anders dan AI gebruiken om je eigen boodschap mooier te formuleren.’
‘Precies.’
‘Maar het onderliggende probleem lijkt wel op elkaar.’
‘Hoe dan?’
‘In beide gevallen wordt het moeilijker om te weten wat echt van de politicus afkomstig is.’
Bram fronst.
‘Maar dat geldt toch al? Politici hebben woordvoerders, campagneadviseurs, tekstschrijvers, fotografen, videomensen…’
‘Inderdaad. Misschien is AI dus helemaal geen principiële breuk, maar gewoon de volgende stap.’
‘Daar ben ik het eigenlijk wel mee eens.’
Anna glimlacht.
‘Maar dan moeten we misschien ook eerlijk zijn over wat die volgende stap betekent.’
‘Namelijk?’
‘Dat een politicus straks misschien niet alleen zijn teksten uitbesteedt, maar ook steeds meer van zijn communicatie laat genereren. Een antwoord op een reactie. Een persoonlijke boodschap. Een felicitatie. Een reactie op een gebeurtenis. Op den duur kan alles klinken alsof de politicus het zelf heeft bedacht.’
‘En misschien maakt dat voor de lezer helemaal niets uit.’
‘Misschien.’
‘Als de boodschap maar klopt.’
‘Maar daar zit nu precies de vraag.’
Anna wijst naar de krant.
‘Als een politicus zegt: “Dit heeft me diep geraakt”, willen we dan alleen weten óf hij dat werkelijk voelt? Of vinden we het ook belangrijk dat híj die woorden heeft gekozen?’
Bram blijft even stil.
‘Ik weet het niet.’
‘Ik ook niet.’
Ze drinken allebei van hun inmiddels lauwe koffie.
Bram pakt zijn telefoon.
‘Maar één ding weet ik wel.’
‘Wat?’
‘Ik ga voortaan bij iedere politieke post niet alleen denken: wat zegt deze politicus?’
Anna kijkt op.
‘Maar ook: wie heeft dit eigenlijk gezegd?’
‘Precies.’
Hij legt zijn telefoon weer op tafel.
‘En misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste vraag van allemaal.’
Anna vouwt de krant dicht.
‘Wie spreekt er eigenlijk?’

Naschrift

De hiervoor weergegeven dialoog is volledig gegenereerd met AI. Centraal daarin staat de vraag of AI bij politieke communicatie slechts een nieuw hulpmiddel is, of dat ook de betekenis van authenticiteit verandert. Doel van de tekst is vooral om het spanningsveld tastbaar te maken, niet om in deze concrete situatie een antwoord over goed of fout te geven.

Is er dan reden tot zorg? Hoogleraar politieke communicatie Mariken van der Velden waarschuwt dat de geloofwaardigheid van een politicus kan worden geraakt als mensen niet weten dat AI een belangrijke rol heeft gespeeld. Hoogleraar AI en samenleving Claes de Vreese wijst op een ander probleem: AI kan een tekst formuleren die een bepaalde emotie uitstraalt zonder dat duidelijk is of die formulering daadwerkelijk overeenkomt met wat de politicus zelf zou hebben gezegd.

Ik ben geneigd het met hen eens te zijn. Het is gemakkelijk – te gemakkelijk? – om AI om hulp te vragen. Een naargeestig toekomstbeeld is – wat mij betreft – dat als wij niet langer geoefend zijn in het zoeken naar de juiste woorden om onze mening of ons eigen gevoel uit te drukken, wij niet langer in staat zijn om de producten die AI oplevert ook daadwerkelijk te kunnen controleren en langs de meetlat van onze eigen mening of ons eigen gevoel te leggen. Nog afgezien van minder ontwikkelde (taal)vaardigheden verwacht ik dat daarmee op termijn de situatie ontstaat dat mensen zich voor hun meningsvorming en gevoelsontwikkeling mede baseren op wat AI aan tekst produceert.

Is dat problematisch? Ik denk van wel. Hoe kunnen we zin en onzin onderscheiden als we niet leren zelf kritisch te denken, en argumenten en bronnen te wegen?

Het is als een kunstwerk in het museum bekijken en zeggen: dit had ik ook wel kunnen maken. Maar het punt is: dat heb je niet gedaan.

Geschreven door Peter Schokker
Partner

Relevant

Bekijk alle artikelen die gerelateerd zijn aan het geselecteerde artikel.

Foto van Vertrouwelijk is niet per se geheim

Vertrouwelijk is niet per se geheim

Over informatielekken, geheimhouding en de meerwaarde van feitenonderzoek Dat delen van de Rijksb...

Verder lezen
Foto van Risicoanalyse integriteit: integer bestuur gaat ook over geloofwaardigheid

Risicoanalyse integriteit: integer bestuur gaat ook over geloofwaardigheid

In maart van dit jaar vonden de gemeenteraadsverkiezingen plaats. Intussen is het zomerreces aangebr...

Verder lezen
Foto van Waarom een speak-up-cultuur het verschil maakt

Waarom een speak-up-cultuur het verschil maakt

Organisaties investeren steeds meer in integriteitsbeleid, meldregelingen voor klokkenluiders en kla...

Verder lezen