Algemeen

Risicoanalyse integriteit: integer bestuur gaat ook over geloofwaardigheid

In maart van dit jaar vonden de gemeenteraadsverkiezingen plaats. Intussen is het zomerreces aangebroken en wordt er in zestien gemeenten nog druk onderhandeld over nieuwe coalities en de samenstelling van colleges van B&W. Dat betekent dat in 326 gemeenten nieuwe wethouders zijn aangetreden of zittend wethouders voor een nieuwe termijn zijn beëdigd. Voorafgaand aan hun benoeming is vaak een risicoanalyse integriteit uitgevoerd, bedoeld om integriteitsrisico’s vroegtijdig in kaart te brengen en te vermijden en kandidaten voor te bereiden op de integriteitsaspecten van het wethouderschap.

I&O-research becijferde bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen van 2022 dat 96% van de gemeenten daarbij een vorm van risicoanalyse integriteit heeft toegepast voor kandidaat-wethouders. De verwachting is dat het percentage dit keer niet lager zal zijn, temeer onze wetgever heeft aangekondigd dat de risicoanalyse in de nabije toekomst verplicht wordt. Op 2 september 2026 debatteert de Tweede Kamer verder over het voorstel, dat onder meer de inhoudelijke reikwijdte van de risicoanalyse regelt en bepaalt dat de burgemeester verantwoordelijk is voor de uitvoering.

Rol van de burgemeester

Over de voorgestelde verantwoordelijkheid van de burgemeester zijn al meer (kritische) bijdragen verschenen: de burgemeester is als bevorderaar van bestuurlijke integriteit vooral aangewezen op het eigen bestuurlijke gezag, omdat wettelijke bevoegdheden ontbreken. Bij vermeende integriteitsschendingen van raads- of collegeleden is normeren en corrigeren in de praktijk soms al lastig, maar ook bij de risicoanalyse is het instrumentarium te beperkt en is de verantwoordelijkheid onvoldoende expliciet uitgewerkt. Daarnaast loopt de burgemeester het risico zelf onderdeel te worden van de politieke arena. Te overwegen zou het zijn de burgemeester te positioneren als procesbewaker, in wisselwerking met de gemeenteraad die de wethouders immers benoemt.

Problematische reikwijdte

De voorgestelde reikwijdte van de risicoanalyse integriteit is ook problematisch. Het wetsvoorstel beperkt de risicoanalyse tot die feiten die gerelateerd kunnen worden aan een integriteitsnorm uit de wet, een eigen verordening of de eigen gedragscode. Als het gaat om wettelijke integriteitsnormen, dan gaat het concreet over:

  • Onverenigbare betrekkingen (artikel 36b van de Gemeentewet);
  • Naleving van de ambtseed (artikel 41a van de Gemeentewet);
  • Nevenfuncties (artikel 41b van de Gemeentewet);
  • Financiële belangen (op te nemen in een nieuw artikel 41ba Gemeentewet)
  • Verboden handelingen (artikel 41c, eerste lid, van de Gemeentewet);
  • Onthouding van beraadslaging en stemming in geval van belangenverstrengeling (artikel 58 jo. artikel 28 van de Gemeentewet);
  • Verplichting tot geheimhouding in de zin van artikel 89, tweede lid, Gemeentewet.

Ik plaats daar graag een paar kanttekeningen bij. Allereerst: naleving van de ambtseed, het verrichten van verboden handelingen en een correcte omgang met geheime informatie kunnen enkel worden getoetst in de uitvoering van het ambt – en de risicoanalyse moet nu juist voorafgaand aan de benoeming plaatsvinden. Natuurlijk, anticiperen op voorzienbare omstandigheden (zoals: het sluiten van overeenkomsten met de gemeente) is goed. Kandidaten bewust maken van de betekenis van de ambtseed of van geheimhouding ook, maar daar is een individuele risicoanalyse dan weer niet per se voor nodig.

Verder leert onderzoek dat politici in Nederland tegenwoordig vaak in integriteitsaffaires belanden door geluiden over ongewenste omgangsvormen of vermeend wangedrag in de privésfeer. Een voorgeschiedenis van incidenten, actuele online uitlatingen, een correcte weergave van arbeidsverleden en gevolgde (en afgeronde) opleidingen zouden dan graadmeters kunnen zijn. Het wetsvoorstel onderkent dat integriteit verder gaat dan juridische normen, maar biedt vervolgens uitdrukkelijk geen grondslag voor verwerking van gegevens die buiten de hiervoor genoemde integriteitsnormen vallen. De kandidaat-wethouder die sjoemelt met diploma’s, juridische conflicten verzwijgt, gechanteerd wordt vanwege overspel, persoonlijk failliet dreigt te gaan of aantoonbaar subsidiegelden heeft misbruikt – het is allemaal lastig te relateren aan de wettelijke normen. De politieke en morele relevantie is echter evident.

Tegelijkertijd, zo zegt het wetsvoorstel, mag de raad elke denkbare (politieke) overweging – ook als het bijvoorbeeld gaat over de algemene geschiktheid van een kandidaat – bij de benoeming van wethouders betrekken. Hierop kunnen kandidaten ook bevraagd worden tijdens de openbare raadsvergadering waarin kandidaten al dan niet benoemd worden. Nu ben ik groot voorstander van een sterke gemeenteraad die zich ook daadwerkelijk buigt over de vraag wie als wethouder mag plaatsnemen in het college, maar dit voelt toch een beetje als het paard achter de wagen spannen.

Daartegenover staat dat de gemeenteraad volgens het wetsvoorstel uitdrukkelijk mag bepalen dat normen die zijn vastgesteld in een verordening of gedragscode, worden betrokken in de risicoanalyse. Probleem opgelost? Nou, nee. Nog afgezien van het feit dat diverse gemeenten op dit moment de VNG-modelgedragscode omarmen zonder goede reflectie op inhoud of (gewenste) mores, is de ervaring dat dergelijke verordeningen en codes ook multi-interpretabele en soms ronduit curieuze normen bevatten. Als het gaat om bescherming van de persoonlijke levenssfeer van kandidaat-wethouders, ligt die optie ook niet voor de hand.

Conclusie

Het zou verstandiger zijn als de wetgever duidelijk zou maken dat integriteit ook gaat over geloofwaardigheid, bestuurlijke houding en het vermogen zorgvuldig tot oordeelsvorming te komen. En vervolgens zou aangeven hoe de gemeenteraad moet worden geïnformeerd over de uitkomsten van de risicoanalyse – inclusief de optie dat een kandidaat-wethouder zich zonder gezichtsverlies kan terugtrekken als de gemeenteraad daar aanleiding toe ziet. Dat geeft natuurlijk een spanningsveld: bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de openbaarheid van de raadsvergadering gaan niet hand in hand. Juist daarom is het een gemiste kans dat het wetsvoorstel hier geen expliciete keuzes maakt.

Geschreven door Peter Schokker
Partner

Relevant

Bekijk alle artikelen die gerelateerd zijn aan het geselecteerde artikel.

Foto van Waarom een speak-up-cultuur het verschil maakt

Waarom een speak-up-cultuur het verschil maakt

Organisaties investeren steeds meer in integriteitsbeleid, meldregelingen voor klokkenluiders en kla...

Verder lezen
Foto van Officemanager

Officemanager

Voor ons gezellige en deskundige team, zoeken wij een enthousiaste en accurate officemanager voor 24...

Verder lezen
Foto van BINGe Watchen – Advocaat van de onderwereld

BINGe Watchen – Advocaat van de onderwereld

In deze rubriek tippen we films, series en podcasts die raken aan thema’s als integriteit, macht, ...

Verder lezen